ARBITRATION AND MEDIATION CENTER UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER Stichting HBO Register Complementaire Zorg v. S. Kuilboer Beheer BV Zaaknr. DNL2023-0011 1. Partijen Eiser is Stichting HBO Register Complementaire Zorg, Nederland, vertegenwoordigd door Valegis, Nederland en ICTRecht, Nederland. De domeinnaamhouder is S. Kuilboer Beheer BV, Nederland ("Verweerder"). 2. De Domeinnaam en Registrar De onderhavige domeinnaam is geregistreerd bij SIDN via Hostnet B.V., hierna ook te noemen de Domeinnaam. 3. Geschiedenis van de Procedure De Eis is ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het "Instituut") op 4 april 2023. Het Instituut heeft op 4 april 2023 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de Domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 5 april 2023 per e-mail de domeinnaamhouder en zijn contactgegevens vrijgegeven die verschillen van de in de aanvankelijk ingediende Eis genoemde verweerder en contactgegevens. Op 6 april 2023 heeft het Instituut een e-mail aan Eiser gestuurd, waarin de door SIDN bekendgemaakte informatie wordt verstrekt en Eiser wordt verzocht om de Eis dienovereenkomstig aan te passen. Eiser heeft op 11 april 2023 een aangepaste Eis ingediend. Het Instituut heeft vastgesteld dat de Eis zoals aangepast voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de "Regeling"). Overeenkomstig de artikelen 5.1 en 16.4 van de Regeling heeft het Instituut Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 12 april 2023 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 2 mei 2023. Het Instituut ontving geen Verweerschrift. Dienovereenkomstig deelde het Instituut op 3 mei 2023 mee dat Verweerder in gebreke was gebleven. Op 8 mei 2023 heeft het Instituut een e-mail van Verweerder ontvangen. pagina 2 Het Instituut heeft Willem J. H. Leppink op 16 mei 2023 benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelde vast dat de Geschillenbeslechter correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling. Op 24 mei 2023 heeft Verweerder Nadere Stukken ingediend. Op 31 mei 2023 heeft de eerder aangestelde Geschillenbeslechter zich teruggetrokken uit deze zaak. Het Instituut heeft Richard C.K. van Oerle op 31 mei 2023 benoemd als de nieuwe Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelt vast dat de Geschillenbeslechter correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling. 4. Feitelijke Achtergrond Eiser is in 2007 onder de statutaire naam "Stichting HBO Register Complementaire Zorg" opgericht, en vormt een overkoepelende organisatie gericht op de certificatie, registratie en opleiding van beroepsbeoefenaren (artsen en therapeuten) van complementaire en alternatieve geneeswijzen. Eiser is houder van meerdere merkinschrijvingen voor RBCZ, waarvan de oudste is het Benelux woordmerk RBCZ, inschrijvingsnummer 929344, gedeponeerd op 22 november 2012, hierna te noemen "het Merk". De Domeinnaam is voor het eerst geregistreerd op 31 augustus 2010. Per 5 oktober 2021 staat Verweerder als houder vermeld. De Domeinnaam is niet in gebruik en leidt thans door naar de website van de Registrar. 5. Stellingen van Partijen A. Eiser Eiser stelt - samengevat en voor zover van belang - het volgende. Eiser beroept zich er op houder te zijn van het Merk. Tevens voert Eiser aan RBCZ als handelsnaam te hebben gevoerd sinds november 2012. Eiser stelt dat de Domeinnaam identiek is aan het Merk, doordat de Domeinnaam het Merk integraal bevat. Voorts stelt Eiser dat Verweerder geen recht op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam. Eiser heeft Verweerder nooit toestemming gegeven de Domeinnaam te verwerven of te gebruiken. Op de pagina waarnaar de Domeinnaam wordt doorgeleid, wordt geen substantiële content aangeboden en dit lijkt al jaren het geval en nooit anders te zijn geweest. Voor zover op die website sponsored links of advertenties zouden (hebben ge-)staan, wordt aangenomen dat dergelijk gebruik geen legitiem belang met zich brengt. De Domeinnaam wordt derhalve niet voor legitieme doeleinden gebruikt, maar enkel aangehouden om te voorkomen dat Eiser deze kan gebruiken. Er is geen bewijs van het gebruik, of aantoonbare voorbereidingen tot gebruik, door Verweerder van de Domeinnaam in verband met een bona fide aanbod van goederen of diensten. Voorts is Verweerder niet algemeen bekend onder de Domeinnaam. Verweerder maakt ook geen niet-commercieel gebruik van de Domeinnaam. Verder kunnen klanten die de website bezoeken die aan de Domeinnaam is gekoppeld, worden misleid doordat de indruk kan ontstaan dat dienstverlening van Eiser niet langer beschikbaar is, aangezien de website niet operationeel is. Tot slot stelt Eiser dat de registratie en/of het gebruik van de Domeinnaam te kwader trouw is. pagina 3 Uit opgave van SIDN blijkt dat de Domeinnaam op 31 augustus 2010 is geregistreerd door Civas B.V. Civas B.V. was een concurrent van Eiser. Verweerder was augustus 2006 tot en met januari 2020 bestuurder van Civas B.V., en tussen augustus 2006 en september 2017 bovendien enig aandeelhouder van deze vennootschap. De Domeinnaam is op 5 oktober 2021 overgedragen aan Verweerder. Verweerder kende het Merk dus wel degelijk of had, als bestuurder, het Merk zeker moeten kennen. Verweerder heeft de Domeinnaam verkregen in de wetenschap dat RBCZ een geregistreerd merk van Eiser was. Het is Eiser niet duidelijk met welk oogmerk Verweerder de Domeinnaam heeft verworven en aanhoudt; Verweerder biedt geen substantiële content aan. Op de website staan, behalve verwijzingen naar de Registrar, geen sponsored links of advertenties. Verweerder heeft geweigerd in te gaan op het verzoek van Eiser om de Domeinnaam over te dragen. Door het nodeloos en ongegrond "bezet" houden van de Domeinnaam weerhoudt Verweerder Eiser ervan de voor haar meest voor de hand liggende domeinnaam te registreren. Eiser meent dat het er alle schijn van heeft dat Verweerder er met het aanhouden van de Domeinnaam hoofdzakelijk op uit is de bedrijfsactiviteiten van de (voormalig) concurrent te verstoren. Verweerder handelt daarom te kwader trouw. Eiser verzoekt de wijziging van de domeinnaamhouder te bevelen zodat Eiser in plaats van Verweerder domeinnaamhouder zal worden. B. Verweerder Verweerder stelt - samengevat en voor zover van belang - het volgende. De Domeinnaam is reeds op 31 augustus 2010 door Verweerder geregistreerd. Eiser heeft pas op 5 maart 2019 (bijna 10 jaar later) de handelsnaam RBCZ geregistreerd. Er kan dus geen sprake van zijn, dat de Domeinnaam te kwader trouw of voor geldelijk gewin is geregistreerd. De Domeinnaam is nimmer actief geweest, zodat het argument dat Verweerder zich met de Domeinnaam in het vaarwater van Eiser zou (hebben) begeven, dan ook geen hout snijdt. Inmiddels is Verweerder actief als bouwer/vastgoedontwikkelaar en hij sluit niet uit dat de Domeinnaam in de toekomst gebruikt zal worden voor doeleinden in het veld waarin hij nu opereert, zodat van enige concurrerende activiteit - ook in de toekomst - geen sprake zal zijn. 6. Oordeel en Bevindingen Te laat ingediend Verweerschrift Het Verweerschrift is, zonder deugdelijke reden, te laat ingediend. De Geschillenbeslechter zal het echter toelaten tot de processtukken en is van oordeel dat het in de omstandigheden van deze zaak niet nodig is dat Eiser daarop reageert, omdat de inhoud van het Verweerschrift niet noodzaakt tot een andere beslissing dan wanneer deze buiten beschouwing wordt gelaten. Grondslag van de Eis Eiser heeft genoegzaam aangetoond rechthebbende te zijn op het Merk, dat naar Nederlands recht beschermd is. Het beroep op de handelsnaam kan buiten beschouwing blijven, nu het Merk reeds voldoende grondslag voor de vordering biedt en Eiser stelt dat de handelsnaam pas is gevoerd nadat het Merk was gedeponeerd. pagina 4 Inhoudelijke beoordeling Op grond van artikel 2.1 van de Regeling dient Eiser in dit geschil te stellen en te bewijzen dat: a. de Domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een: I. naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan Eiser rechthebbende is; dan wel II. een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder Eiser duurzaam aan het maatschappelijke verkeer deelneemt; en b. Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam; en c. de Domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend Om te beoordelen of de Domeinnaam identiek is aan of verwarringwekkend overeenstemt met het recht waarop Eiser zich beroept, mag volgens vaste jurisprudentie onder de Regeling bij deze beoordeling het Top-Level Domain ".nl" buiten beschouwing worden gelaten (zie onder meer Roompot Recreatie Beheer B.V. v. Edoco LTD, WIPO Zaaknr. DNL2008-0008). Nu het Merk en de Domeinnaam identiek zijn, is er sprake van verwarringwekkende overeenstemming. Er is derhalve voldaan aan de vereisten van artikel 2.1 onder a van de Regeling. B. Recht of Legitiem Belang Op grond van artikel 2.1 onder b van de Regeling moet Eiser aantonen dat Verweerder geen recht op of legitiem belang bij de Domeinnaam heeft. Daarbij is het uitgangspunt dat voldoende is dat Eiser daarvan prima facie bewijs levert, waarna Verweerder in de gelegenheid is om aan te tonen dat hij wel beschikt over een recht of legitiem belang (onder meer Accor v. Eren Atesmen, WIPO Zaak Nr. D2009-0701). Eiser heeft onweersproken gesteld dat Verweerder geen merk-, handelsnaam- of andere rechten heeft ten aanzien van de term "rbcz", noch is Verweerder onder die naam bekend. Onder de Domeinnaam worden geen producten of diensten aangeboden en evenmin wordt deze gebruikt voor legitieme niet-commerciële doeleinden; de Domeinnaam is immers nooit actief is geweest. Daarmee heeft Eiser voldaan aan haar verplichting om prima facie aan te tonen dat Verweerder geen recht op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam. De bewijslast om het tegendeel aan te tonen rust daarmee op Verweerder. Verweerder stelt niet uit te sluiten dat de Domeinnaam in de toekomst gebruikt zal worden voor nietconcurrerende activiteiten. Verweerder stelt derhalve niet dat er sprake is van voorgenomen legitiem gebruik, laat staan dat hij dat met bewijsstukken onderbouwd aannemelijk maakt. Nu de Domeinnaam niet wordt gebruikt en Verweerder geen enkel bewijs van het voorgenomen bona fide gebruik heeft overgelegd, moet worden aangenomen dat Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de Domeinnaam. Aldus is aan het vereiste van artikel 2.1 sub b van de Regeling voldaan. C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw Of de Domeinnaam te kwader trouw is gedeponeerd, kan in het midden blijven, nu het te kwader trouw pagina 5 gebruiken voldoende is om aan de voorwaarde van art 2.1 sub c van de Regeling te voldoen (vgl. Pandora A/S v. Safenet B.V., WIPO zaaknr. DNL2018-0017). De Regeling kent geen verplichting een domeinnaam te gebruiken teneinde deze te mogen behouden. Ook uit uitspraken van geschillenbeslechters onder de Regeling valt een dergelijke verplichting niet af te leiden. Het enkele niet-gebruiken van een domeinnaam voor een actieve website is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat er van kwade trouw sprake is. Slechts indien de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven, kan op grond daarvan worden geconcludeerd, dat het niet-gebruiken van een domeinnaam kwade trouw oplevert. De Regeling noemt in artikel 3.2 voorbeelden van dergelijke omstandigheden, waaronder de omstandigheid dat de domeinnaam is geregistreerd om de eiser te beletten deze te gebruiken (sub b). Vast staat dat de Domeinnaam is geregistreerd door een vennootschap die een concurrent van Eiser was, terwijl Verweerder op dat moment bestuurder en enig aandeelhouder van deze vennootschap was. Het betreft voorts een Domeinnaam die bestaat uit een combinatie van vier letters die tezamen niet een in het normaal taalgebruik voorkomend woord of bijvoorbeeld een gebruikelijke of bekende afkorting vormen. Verweerder heeft niet toegelicht waarom de Domeinnaam bestaat uit juist deze vier letters die identiek zijn aan het Merk van Eiser. Het is derhalve aannemelijk dat de Domeinnaam is geregistreerd en wordt gebruikt (door deze bezet te houden) om Eiser te beletten deze te gebruiken. Er is derhalve ook voldaan aan de vereisten van artikel 2.1 onder c van de Regeling. 7. Uitspraak Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de Domeinnaam zodat Eiser in plaats van Verweerder domeinnaamhouder wordt. /Richard C.K. van Oerle/ Richard C.K. van Oerle Geschillenbeslechter Datum: 12 juni 2023
Full & Egal Universal Law Academy