ARBITRATION AND MEDIATION CENTER UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER Koninklijke KPN N.V. v. Message to the Moon B.V. Zaaknr. DNL2024-0046 1. Partijen De Eiser is Koninklijke KPN N.V., Nederland, vertegenwoordigd door zichzelf. De Verweerder is Message to the Moon B.V., Nederland. 2. De Domeinnaam en Registrar De onderhavige domeinnaam is geregistreerd bij SIDN via Registrar.eu. 3. Geschiedenis van de Procedure De Eis is ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”) op 18 november 2024. Het Instituut heeft op 18 november 2024 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de onderhavige domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 19 november 2024 per e-mail de domeinnaamhouder en zijn contactgegevens vrijgegeven, waarvan het adres verschilt van het in de aanvankelijk ingediende Eis genoemde adres. Op 21 november 2024 heeft het Instituut een e-mail aan Eiser gestuurd, waarin de door SIDN bekendgemaakte informatie wordt verstrekt en de Eiser wordt verzocht om de Eis dienovereenkomstig aan te passen. De Eiser heeft op 22 november 2024 een aangepaste Eis ingediend. Het Instituut heeft vastgesteld dat de Eis zoals aangepast voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de “Regeling”). Overeenkomstig de artikelen 5.1 en 16.4 van de Regeling heeft het Instituut de Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 25 november 2024 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 15 december 2024. De Verweerder heeft informele e-mailberichten gezonden naar het Instituut op 17 en 18 december 2024, waarop de Eiser bij informele e-mailberichten aan het Instituut van 17, respectievelijk 19 december 2024 heeft gereageerd. Op 17 januari 2025 en 20 januari 2025 hebben de Respondent en de Eiser wederom informele e-mailberichten en op 20 januari 2025 tevens een document aan het Instituut toegestuurd.
pagina 2 Het Instituut heeft Alfred Meijboom op 16 januari 2025 benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelt vast dat hij correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling. 4. Feitelijke Achtergrond De Eiser is aanbieder van telecommunicatie- en ICT-diensten in Nederland. In 2023 had de Eiser een klantenbestand van 3,54 miljoen consumenten en 3,4 miljoen zakelijke gebruikers. De Eiser voert sinds 1989 de handelsnaam “KPN B.V.” en is houder van verschillende merkregistraties, waaronder - Benelux woordmerk KPN met registratienummer 0529431 van 1 november 1993 voor waren en diensten in klassen 9, 12, 16, 35, 36, 37, 38, 39, 41 en 42; en - Uniemerk KPN met registratienummer 05310099 van 29 mei 2008 voor waren en diensten in klassen 9, 35, 37, 38, 41 en 42. De Verweerder is een bedrijf dat blijkens zijn website “messagetothemoon.nl” producten en diensten levert op het gebied van zakelijke telefonie en Internet. De Verweerder heeft de onderhavige domeinnaam op 9 december 2023 geregistreerd. De onderhavige domeinnaam wordt niet gebruikt. 5. Stellingen van Partijen A. Eiser Volgens de Eiser bestaat de onderhavige domeinnaam uit het bekende merk KPN van de Eiser, gevolgd door de beschrijvende toevoeging ‘klacht’. De onderhavige domeinnaam creëert volgens de Eiser een groot risico op verwarring bij klanten die zouden kunnen denken dat de onderhavige domeinnaam van de Eiser is en bedoeld is voor klachten over de Eiser. Voorts voert de Eiser aan dat de Verweerder geen rechten of legitiem belang met betrekking tot de onderhavige domeinnaam heeft, omdat de Verweerder geen goedkeuring van de Eiser heeft gekregen om de onderhavige domeinnaam te registreren en/of te gebruiken. Voorts is er geen aanwijzing dat de Verweerder het merk KPN, waaruit de domeinnaam gedeeltelijk bestaat, gebruikt of voorbereidingen treft om te gebruiken, of een vergelijkbare naam in verband met het te goeder trouw aanbieden van goederen en diensten heeft. Bovendien stelt de Eiser dat de Verweerder niet bekend is, en nooit algemeen bekend is geweest onder de naam ‘KPN’ of een vergelijkbare naam. Volgens de Eiser heeft de Verweerder de onderhavige domeinnaam te kwader trouw geregistreerd omdat hij ten tijde van de registratie bekend was met de KPN merken van de Eiser, hetgeen volgens de Eiser blijkt uit de reactie van de Verweerder op de sommatie van de Eiser. De kwade trouw van de Verweerder blijkt volgens de Eiser ook uit het gegeven dat hij EUR 10.000 voor de overdracht van de onderhavige domeinnaam aan de Eiser vroeg. B. Verweerder De Verweerder heeft geen Verweerschrift ingediend. De Verweerder heeft evenwel op 17 december 2024 een informeel e-mailbericht aan het Instituut gestuurd waarin hij stelt dat zijn verweer bij KPN bekend is en dat de Verweerder op grond van een niet overgelegde vaststellingsovereenkomst tussen partijen 13 keer “het woord KPN [zou] mogen gebruiken in uitingen”. In zijn informele e-mail van dezelfde datum reageert de Eiser door te stellen dat de Eis “alles wat relevant is
pagina 3 voor deze case” bevat, en dat de vaststellingsovereenkomst die de Verweerder noemt “geen betrekking op de huidige domeinzaak” heeft en “geen toestemming (heeft) gegeven voor het vastleggen van domeinnamen met de naam van KPN in de url.” Op 18 december 2024 stuurt de Verweerder een e-mailbericht aan het Instituut waarin hij stelt toestemming van de Eiser te hebben “om 13 keer in haar uitingen de naam KPN te noemen, om duiding te geven aan het product wat zij verkoopt”. Op 19 december 2024 reageert de Eiser op deze e-mail waarin hij stelt “We zien geen reden om hier verder op in te gaan en zien de beslissing van de Geschillenbeslechter graag tegemoet”. Op 17 januari 2025 heeft de Verweerder een e-mail aan de Eiser gestuurd, met het Instituut in kopie, waarin hij stelt dat er afspraken met de Eiser zouden zijn gemaakt. In reactie op deze e-mail heeft de Eiser op dezelfde dag en e-mailbericht aan het Instituut gestuurd die bevestigt dat “er inderdaad een schikkingsovereenkomst tussen MTTM en KPN [bestaat]. Deze gaat inhoudelijk niet over het mogen gebruiken van een domeinnaam, en ook niet over “13 keer in haar uitingen de naam KPN te noemen”. Wij zien dus geen enkele link tussen de overeenkomst en het geschil en ook geen aanleiding hem op dit moment in te brengen”, tenzij het de Geschillenbeslechter dat zou wensen. Op 20 januari 2025 stuurt de Eiser enkele pagina’s van de vaststellingsovereenkomst. 6. Nadere reacties Zoals hierboven onder 5.B genoemd, hebben de Verweerder en de Eiser ongevraagd informele e-mailberichten aan het Instituut gestuurd. De informele reactie van de Verweerder is te laat ingediend, en ook de opvolgende beknopte e-maildiscussie tussen de Eiser en de Verweerder zijn ongevraagd aan het Instituut toegezonden. De Regeling geeft partijen niet het recht om aanvullende stukken in te dienen indien de geschillenbeslechter daar niet om heeft verzocht op grond van artikel 11.1 van de Regeling. Artikel 11.2 van de Regeling bepaalt dat het aan de geschillenbeslechter is om te beoordelen of deze stukken worden toegelaten. Niettegenstaande de bevoegdheid van een geschillenbeslechter om anders te beslissen, zijn ongevraagde stukken normaal gesproken alleen toelaatbaar in uitzonderlijke omstandigheden die het voor een partij die een ongevraagd stuk heeft ingediend, onmogelijk maakte om die in te dienen vóór de uiterste termijn van de procedure, op voorwaarde dat dergelijke uitzonderlijke omstandigheden worden toegelicht in de aanvullende indiening (zie bijvoorbeeld Di Claudio, Mauro, Mannozzi Alderano, D’Ottavi Adele v. Registration Private, Domains By Proxy, LLC, WIPO Zaaknr. DNL2016-0020, met aangehaalde uitspraken). In deze zaak heeft de Verweerder zijn laattijdige informele e-mail ingediend zonder expliciete of impliciete verklaring van uitzonderlijke omstandigheden die de laattijdige indiening zouden rechtvaardigen, en ook uit de inhoud van de e-mails leidt de Geschillenbelechter niet af dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden of bijzondere feiten die de beslissing van het geschil anders zouden maken. De Geschillenbeslechter wijst er in het bijzonder op dat de vaststellingsovereenkomst die op 20 januari 2025 gedeeltelijk is toegestuurd op 31 mei 2012 is ondertekend door onder meer de Eiser en derde partijen. De Verweerder is echter geen partij bij de vaststellingsovereenkomst en kan dat ook niet zijn omdat de Verweerder blijkens het handelsregister pas op 20 oktober 2018 is opgericht. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, acht de Geschillenbeslechter de vaststellingsovereenkomst niet relevant voor de beoordeling van de voorliggende administratieve procedure. In dit verband merkt de Geschillenbeslechter ten overvloede op dat de vaststellingsovereenkomst, zoals die gedeeltelijk op 20 januari 2025 aan het Instituut toegestuurd, ook als de Verweerder daar partij bij zou zijn geworden, geen directe of indirecte toestemming aan de wederpartijen van de Eiser lijkt te geven om een domeinnaam met daarin het merk van Eiser te registreren. De Regeling voorziet evenwel niet in een mogelijkheid voor de Geschillenbeslechter om hierover uitsluitsel te geven en hij sluit zich aan bij de geschillenbeslechter in V.o.f. Bouwsuper.nl v. P.P.M. Ossen, h.o.d.n. DaRoPa Solutionsi, WIPO Zaaknr. DNL2008-0060, die overwoog “dat voor ogen moet worden gehouden dat de Regeling een alternatief biedt voor de gang naar de rechter en dat dit voor geen van partijen die gang naar de rechter beperkt of uitsluit. De geschillenbeslechter is geen rechter, geen arbiter en geen bindend adviseur, en zou zich die rol ook niet moeten willen aanmeten. De procedure onder de Regeling is eenvoudig van aard en moet door partijen niet als procedure voor de burgerlijke rechter worden beschouwd (..). De Geschillenbeslechter dient te oordelen op grond van de Regeling. De rechten van partijen (..) worden voldoende gewaarborgd doordat de meest gerede partij altijd het geschil kan voorleggen aan de gewone
pagina 4 rechter. De termijn van 10 kalenderdagen genoemd in artikel 19.1 van de Regeling is daarbij een redelijke eerste termijn, zonder afbreuk aan latere mogelijkheden voor partijen.” De Geschillenbeslechter laat de nadere informele e-mailcorrespondentie en stukken van 17, 18 en 19 december 2024 en 17 en 20 januari 2025 derhalve buiten beschouwing.. 7. Oordeel en Bevindingen Op grond van artikel 2.1 van de Regeling dient de Eiser gemotiveerd te stellen en aan te tonen dat: a. de onderhavige domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een: I. naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan de Eiser rechthebbende is; dan wel II. een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder de Eiser duurzaam aan het maatschappelijke verkeer deelneemt; en b. de Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de onderhavige domeinnaam; en c. de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. Nu er geen verweerschrift is ingediend, beslecht de Geschillenbeslechter het geschil ingevolge artikel 10.3 van de Regeling op basis van de Eis en wijst de vordering toe, tenzij deze aan de Geschillenbeslechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend Om te beoordelen of de onderhavige domeinnaam identiek is aan het door Eiser ingeroepen naar Nederlands recht beschermd merk of handelsnaam waarvan bij rechthebbende is, of daarmee zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan, mag volgens vaste jurisprudentie onder de Regeling bij deze beoordeling het Top-Level Domain “.nl” buiten beschouwing worden gelaten (zie onder meer Roompot Recreatie Beheer B.V. v. Edoco LTD, WIPO Zaaknr. DNL2008-0008). De test voor verwarringwekkende overeenstemming omvat een beredeneerde, maar relatief eenvoudige vergelijking tussen het naar Nederlands recht beschermde merk of handelsnaam van de Eiser en de onderhavige domeinnaam. WIPO Overview of WIPO Panel Views on Selected UDRP Questions, Third Edition, (“WIPO Overview 3.0”)1, sectie 1.7. De Eiser heeft aangetoond dat hij rechthebbende is op naar Nederlands recht beschermd merken in de zin van de Regeling. WIPO Overview 3.0, sectie 1.2.1. De KPN merken van de Eiser worden in hun geheel weergegeven in de onderhavige domeinnaam, met de enkele toevoeging van de beschrijvende term “klacht”, die er niet aan in de weg staat dat er sprake is van verwarringwekkende overeenstemming tussen de onderhavige domeinnaam en de KPN merken van de Eiser. Derhalve stemt de onderhavige domeinnaam op verwarringwekkende wijze overeen met het Beneluxmerk en het Uniemerk KPN van de Eiser in de zin van de Regeling. WIPO Overview 3.0, sectie 1.7. 1 Aangezien de Regeling verregaand is gebaseerd op de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (“UDRP”), is het vaste jurisprudentie dat zaken die zijn beslist op grond van zowel de Regeling als de UDRP en dus WIPO Overview 3.0 relevant zijn voor deze procedure (zie bijvoorbeeld LEGO Juris A/S v. Stichting RIBW ZWWF, WIPO Case No. DNL2011-0042 en Arie Hendrik den Draak v. RAPIDE Internet, WIPO Zaaknr. DNL2019-0013).
pagina 5 Er is derhalve voldaan aan de eerste grond van artikel 2.1 sub a van de Regeling. B. Recht of Legitiem Belang Artikel 3.1 van de Regeling bevat een niet-limitatieve opsomming van omstandigheden waarin de Verweerder zijn eigen recht op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam kan aantonen. Hoewel de algemene bewijslast in procedures op grond van de Regeling, net zoals in de UDRP, bij de eiser ligt, hebben de geschillenbeslechters erkend dat het aantonen dat een verweerder geen recht heeft op, of legitieme belang heeft bij een domeinnaam kan resulteren in de lastige taak om bewijs te leveren van een negatief feit, waarvoor informatie nodig is die vaak enkel de verweerder heeft. Wanneer een eiser op het eerste gezicht (“prima facie”) aannemelijk maakt dat de verweerder geen recht of legitiem belang heeft, verschuift de bewijslast met betrekking tot deze grond naar de verweerder, die relevant bewijsmateriaal dient over te leggen waaruit zijn eigen recht op, of legitiem belang bij de domeinnaam blijkt (hoewel de bewijslast altijd bij de eiser blijft liggen). Als de verweerder niet met dergelijk relevant bewijsmateriaal komt, wordt de eiser geacht aan de tweede grond te hebben voldaan. WIPO Overview 3.0, sectie 2.1. Na bestudering van de beschikbare gegevens is de Geschillenbeslechter van mening dat de Eiser prima facie heeft aangetoond dat de Verweerder geen recht op of legitiem belang heeft bij de onderhavige domeinnaam. De Verweerder heeft de prima facie bewijsvoering van de Eiser niet weerlegd en heeft geen relevant bewijs overgelegd waaruit het eigen recht op of legitieme belang bij de onderhavige domeinnaam, zoals genoemd in de Regeling of anderszins, blijkt. In dit verband wijst de Geschillenbeslechter er ten overvloede op dat de Geschillenbeslechter geen aanwijzingen heeft dat de vaststellingsovereenkomst tussen partijen de Verweerder het recht verschaft om de onderhavige domeinnaam te registreren en/of te gebruiken, en ook anderszins de Verweerder geen eigen recht op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam lijkt te verschaffen. Het had op de weg van de Verweerder gelegen om een dergelijke stelling in het verweerschrift aannemelijk te maken, maar dat heeft hij nagelaten. Er is derhalve ook voldaan aan de tweede grond van artikel 2.1 sub a van de Regeling. C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw Artikel 2.1 sub c van de Regeling vereist dat de Eiser aantoont dat de registratie of het gebruik van de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is. Artikel 3.2 van de Regeling bevat een lijst van niet-limitatieve omstandigheden die erop kunnen wijzen dat een domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt, maar andere omstandigheden kunnen relevant zijn bij de beoordeling of de registratie en het gebruik van een domeinnaam door een verweerder te kwader trouw is. WIPO Overview 3.0, sectie 3.2.1. In het onderhavige geval constateert de Geschillenbeslechter dat de KPN merken van de Eiser ten tijde van de registratie van de onderhavige domeinnaam algemeen bekend merken waren in, tenminste, Nederland. Om deze redenen en omdat de Verweerder actief is op het gebied van zakelijke telefonie en Internet, en blijkens zijn eigen stelling, zoals weergeven in productie 13 bij de Eis, KPN gemerkte producten en/of diensten van de Eiser aan zijn klanten aanbiedt, acht de Geschillenbeslechter het aannemelijk dat de Verweerder op de hoogte was van de bekende KPN merken ten tijde van de registratie van de onderhavige domeinnaam, zodat de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd. WIPO Overview 3.0, sectie 3.2.2. De Geschillenbeslechter concludeert derhalve dat Verweerder de onderhavige domeinnaam te kwader trouw heeft geregistreerd. Aldus is ook voldaan aan artikel 2.1 sub c van de Regeling.
pagina 6 8. Uitspraak Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de domeinnaam zodat de Eiser in plaats van de Verweerder domeinnaamhouder wordt. /Alfred Meijboom/ Alfred Meijboom Geschillenbeslechter Datum: 22 januari 2025
Full & Egal Universal Law Academy