ARBITRATION AND MEDIATION CENTER UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER America Direct B.V. v. M. Mijnders Zaaknr. DNL2025-0035 1. Partijen Eiser is America Direct B.V., Koninkrijk der Nederlanden (“Nederland”) vertegenwoordigd door DOEN Legal, Nederland. De domeinnaamhouder is M. Mijnders, Nederland (de “Verweerder”). 2. De Domeinnaam en Registrar De onderhavige domeinnaam
is geregistreerd bij SIDN via The Registrar Company. 3. Geschiedenis van de Procedure De Eis is ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”) op 4 november 2025. Het Instituut heeft op 4 november 2025 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de onderhavige domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 5 november 2025 per e-mail de domeinnaamhouder en zijn contactgegevens vrijgegeven die verschillen van de in de aanvankelijk ingediende Eis genoemde Verweerder en contactgegevens. Op 6 november 2025 heeft het Instituut een e-mail aan Eiser gestuurd, waarin de door SIDN bekendgemaakte informatie wordt verstrekt en Eiser wordt verzocht om de Eis dienovereenkomstig aan te passen. Eiser heeft op 11 november 2025 een aangepaste Eis ingediend. Het Instituut heeft vastgesteld dat de Eis zoals aangepast voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de “Regeling”). Overeenkomstig de artikelen 5.1 en 16.4 van de Regeling heeft het Instituut de Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 12 november 2025 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 2 december 2025. Het Verweerschrift is bij het Instituut ingediend op 1 december 2025.
pagina 2 Op 3 december 2025 heeft SIDN het mediation proces aangevangen. Op 12 februari 2026 heeft SIDN het mediation proces verlengd tot 14 maart 2026. Op 12 maart 2026 heeft SIDN aan Partijen en het Instituut bevestigd dat het geschil niet door middel van het mediation proces is opgelost. Het Instituut heeft Richard C.K. van Oerle op 2 april 2026 benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelt vast dat de Geschillenbeslechter correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling. 4. Feitelijke Achtergrond De volgende feiten zijn onweersproken. Eiser is een in Nederland gevestigde onderneming en is actief in de IT-distributiesector. De onderneming is ingeschreven in het handelsregister sinds 1991. Eiser is tevens houder van de Benelux merkinschrijving AD AMERICA-DIRECT (woord-/beeldmerk), inschrijvingsnummer 1531585, gedeponeerd op 27 augustus 2025, ingeschreven op 28 augustus 2025. Eiser heeft een website die bereikbaar is op (met verbindingsstreepje). SIDN heeft het Instituut laten weten dat de onderhavige domeinnaam door Verweerder is geregistreerd op 24 februari 2011. De onderhavige domeinnaam is in gebruik en leidt thans door naar een website waarop deze te koop wordt aangeboden voor EUR 5.000. Volgens overgelegde bewijsstukken heeft Verweerder in augustus 2025 een e-mail gestuurd naar Eiser over de verkoop van de onderhavige domeinnaam, in verband met bestaande en potentiële klanten van Eiser die onbedoeld e-mails sturen naar e-mailadressen geassocieerd met de onderhavige domeinnaam. 5. Stellingen van Partijen A. Eiser Eiser stelt samengevat en voor zover van belang het volgende. Eiser is rechthebbende op de handelsnaam “America Direct B.V.”. Eiser voert daartoe aan dat zij sinds 1991 actief is in de IT-distributiesector en onder deze naam een gevestigde reputatie heeft opgebouwd in Europa. Ondanks een wijziging in haar bedrijfsvoering in 1995 heeft zij haar handelsnaam behouden vanwege de opgebouwde naamsbekendheid. De handelsnaam wordt, volgens Eiser, sinds oprichting consequent en intensief gebruikt in het economisch verkeer, onder meer via haar website onder de domeinnaam . Daarnaast is zij houder van een Benelux woord-/beeldmerk AD AMERICA-DIRECT. Eiser stelt dat de onderhavige domeinnaam dezelfde bestanddelen bevat (“America” en “Direct”), in dezelfde volgorde. Het ontbreken van een koppelteken of de toevoeging “B.V.” doet hier volgens haar niet aan af, aangezien deze elementen niet onderscheidend zijn. Ook het top-level domein “.nl” moet buiten beschouwing worden gelaten. Eiser voert verder aan dat sprake is van daadwerkelijke verwarring, onder meer omdat Verweerder e-mails ontvangt die kennelijk bedoeld zijn voor Eiser. Op grond van deze omstandigheden concludeert Eiser dat de domeinnaam identiek is aan, dan wel verwarringwekkend overeenstemt met haar handelsnaam en merk, en dat daarmee is voldaan aan het eerste vereiste van de Regeling.
pagina 3 Volgens Eiser heeft Verweerder geen recht op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam. Verweerder gebruikt de onderhavige domeinnaam niet voor een onderneming, organisatie of voor niet-commerciële doeleinden. De onderhavige domeinnaam staat enkel te koop en wordt niet actief ingezet. Verweerder was bekend (of had bekend moeten zijn) met de handelsnaamrechten van Eiser, die al 34 jaar de handelsnamen “America-Direct”, “America Direct” en “America Direct B.V.” gebruikt. De onderhavige domeinnaam is identiek aan Eisers handelsnaam en merk, zonder onderscheidende toevoegingen. Daarnaast denken klanten ten onrechte met Eiser te communiceren via Verweerder’s e-mailadres, wat wijst op verwarring en mogelijk onrechtmatig handelen. Verweerder heeft derhalve geen rechtmatig of legitiem belang bij de domeinnaam. De bewijslast verschuift naar Verweerder. Eiser stelt voorts dat de registratie en/of het gebruik van de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is. Eiser gebruikt al in ieder geval sinds 6 december 2000 het e-mailadres voor de communicatie met haar (potentiële) klanten. Verweerder heeft op enig moment het nagenoeg identieke e-mailadres (zonder koppelteken) geregistreerd. Dit verstoort de activiteiten van Eiser omdat e-mails van (potentiële) klanten die geadresseerd zijn aan Eiser nu niet meer zullen “bouncen”, wat wil zeggen dat de e-mailserver de email niet kan afleveren en de afzender bericht zal krijgen dat de e-mail niet is afgeleverd. Nu Verweerder het gelijkende e-mailadres heeft geregistreerd, menen de afzenders dat hun e-mail wel bij Eiser is aangekomen terwijl dit niet het geval is. Verweerder laat de afzenders niet weten dat zij niet met Eiser van doen hebben. Verweerder stuurt enkel screenshots van deze e-mails naar Eiser, met het doel Eiser onder druk te zetten de onderhavige domeinnaam te kopen. Eiser stelt voorts dat Verweerder bekend was of op de hoogte zou moeten zijn, van Eisers handelsnaam en website, en dat hij bewust een bijna identiek e-mailadres heeft geregistreerd. Het e-mailadres wordt niet actief gebruikt, behalve om e-mails voor Eiser te onderscheppen. Verweerder heeft de onderhavige domeinnaam hoofdzakelijk verkregen met als doel deze voor een bedrag hoger dan de registratiekosten aan Eiser te verkopen. Het gedrag van Verweerder, inclusief het creëren van verwarring en het niet informeren van afzenders, wijst op kwade trouw, aldus Eiser. Eiser verzoekt een uitspraak te doen die een wijziging van de domeinnaamhouder bepaalt zodat Eiser in plaats van de Verweerder domeinnaamhouder zal worden van de onderhavige domeinnaam. B. Verweerder Verweerder stelt samengevat en voor zover van belang het volgende. Verweerder stelt in 2011 in opdracht van de Amerikaanse onderneming America Direct LLC (hierna “ADLLC”) een omvangrijke ontwikkelingsopdracht te hebben uitgevoerd. Onderdeel hiervan was het registreren van de onderhavige domeinnaam, hetgeen op 24 februari 2011 heeft plaatsgevonden. De opdracht omvatte onder meer de ontwikkeling van een webplatform, CRM-functionaliteit en bijbehorende technische voorbereidingen. Verweerder heeft hiervoor factuur van circa EUR 14.000, inclusief aanbetaling van EUR 5.000 gestuurd. De factuur is als Bijlage 1 overgelegd en gedateerd 25 februari 2011. ADLLC heeft nooit enige betaling gedaan, ook niet de aanbetaling van EUR 5.000. Na herhaalde pogingen tot contact bleek dat ADLLC onbereikbaar was. De onderhavige domeinnaam bleef vervolgens op naam van Verweerder als enige resterende waarde van de verrichte, maar onbetaalde werkzaamheden. Voorts stelt Verweerder dat in 2023 telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen een persoon die zich voorstelde als “Mike”, die zei te handelen namens Eiser. Verweerder kon in het daaropvolgende e-mailverkeer niet vaststellen dat deze e-mail was verzonden door Eiser en dat het verzoek tot overname van de onderhavige domeinnaam daadwerkelijk afkomstig was van Eiser.
pagina 4 In juni 2025 heeft Verweerder besloten de domeinnaam actief aan te bieden ter verkoop, uitsluitend om een deel van de historische kosten te compenseren. Gelijktijdig zijn enkele standaard e-mailaliassen (info@, admin@, sales@, hello@) geactiveerd. Van deze adressen zijn geen e-mails verstuurd. Er is ook geen commercieel gebruik van de onderhavige domeinnaam gemaakt. Foutief geadresseerde e-mails zijn alleen ontvangen, niet gebruikt. Verweerder heeft Eiser proactief geïnformeerd over dergelijke verkeerd geadresseerde berichten. Verweerder erkent dat de onderhavige domeinnaam linguïstisch overeenstemt met de door Eiser gevoerde naam. Verweerder stelt een legitiem belang te hebben bij de onderhavige domeinnaam. De registratie vond plaats op verzoek van een bestaande opdrachtgever (ADLLC). Registratie in opdracht van een klant vormt een legitiem belang. Verweerder verrichtte ontwikkelingswerkzaamheden die nooit zijn betaald. De onderhavige domeinnaam is het enige restant van deze investering. Het aanhouden van een domeinnaam ter gedeeltelijke compensatie van onbetaalde werkzaamheden levert geen gebrek aan legitiem belang op. Verweerder heeft geen enkele poging gedaan om zich als Eiser voor te doen of voordeel te halen uit eventuele overeenstemming. Verweerder stelt vervolgens dat Eiser er evenmin in geslaagd is aan te tonen dat van kwade trouw sprake is. De feiten sluiten kwade trouw juist uit. De domeinnaam werd geregistreerd in 2011. De merkinschrijving waarop Eiser zich beroept dateert van 27 augustus 2025, veertien jaar later, waardoor kwade trouw bij registratie in beginsel niet kan worden aangenomen. Indien al juist zou zijn dat Eiser reeds vóór 2025 handelsnamen voerde zoals “America-Direct”, “America Direct”, “AmericaDirect”, “Amerika-Direkt” en “Amerika Direkt”, dan volgt daar nog niet uit dat Verweerder in 2011 te kwade trouw was: - een handelsnaamrecht ontstaat uitsluitend door feitelijk gebruik; een KvK-inschrijving geeft geen automatische bekendheid en geeft geen exclusief recht op de corresponderende domeinnaam. - Eiser toont geen bekendheid of marktimpact in 2011 aan; er is geen bewijs dat Eiser in 2011 zodanig bekend was dat Verweerder haar moest kennen; partijen hadden geen contact vóór 2023; - de registratie was volledig bepaald door de Amerikaanse opdrachtgever ADLLC; de overeenkomst met de handelsnaam van Eiser is louter toeval; - de woorden “America” en “Direct” zijn beschrijvend en beschrijvende handelsnamen genieten slechts beperkte bescherming. Naar aanleiding van de verwijten van Eiser met betrekking tot de verkeerd geadresseerde e-mails merkt Verweerder op dat: - aliassen waren vóór 2025 niet actief; - ontvangen e-mails zijn uitsluitend veroorzaakt door typefouten van derden; - Verweerder heeft geen enkel bericht beantwoord; - Verweerder heeft dit zelf aan Eiser gemeld; - geen enkel commercieel voordeel is behaald; passieve ontvangst van foutief geadresseerde berichten is geen bewijs van kwade trouw zonder een misleidende intentie. Voor wat betreft het te koop aanbieden van de onderhavige domeinnaam voor EUR 5.000 stelt Verweerder dat dit neutraal gebruik is en een marktconforme vraagprijs. De onderhavige domeinnaam wordt op een neutrale parkeer-/verkooppagina aangeboden. De vraagprijs is in lijn met de niet-betaalde aanbetaling en de totale ontwikkelingskosten van EUR 14.000. Er is voorts geen sprake van afpersing, blokkering of uitbuiting. Er is geen enkele indicatie van kwade trouw. Geen van de typische factoren is aanwezig: - geen doelbewuste blokkering van Eiser; - geen concurrerend gebruik; - geen misleiding; - geen klantbenadering; - geen poging tot verkoop tegen excessief bedrag; - geen reputatieschade. Verweerder concludeert dan ook dat kwade trouw bij registratie of gebruik volledig ontbreekt.
pagina 5 Verweerder verzoekt het Panel primair de eis af te wijzen, subsidiair mediation te initiëren, en meer subsidiair – indien overdracht zou worden overwogen – te bepalen dat geen sprake is geweest van registratie of gebruik te kwader trouw. 6. Oordeel en Bevindingen Op grond van artikel 2.1 van de Regeling dient Eiser in dit geschil te stellen en te bewijzen dat: a. de onderhavige domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een: I. Naar Nederlands recht beschermd merk, handelsnaam of geografische aanduiding waarvan Eiser rechthebbende is; dan wel II. Een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder Eiser duurzaam aan het maatschappelijk verkeer deelneemt; en b. Verweerster geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de onderhavige domeinnaam; en c. de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend Dit vereiste is in feite een ontvankelijkheidsvereiste. Het houdt in wezen in dat het ingeroepen merk, dan wel de handelsnaam (of een daarmee overeenstemmend teken) opgenomen is in de domeinnaam. Wanneer het merk is aangevraagd of de handelsnaamrechten zijn verkregen, is voor de beoordeling onder dit vereiste irrelevant, maar kan wel relevant zijn voor de beoordeling onder 2.1 sub b en c van de Regeling. De Geschillenbeslechter stelt vast dat Eiser op grond van de (Nederlandse) Handelsnaamwet handelsnaamrechten heeft verkregen op de naam America Direct B.V. De onderhavige domeinnaam is zodanig overeenstemmend dat er verwarring kan ontstaan met de handelsnaam van Eiser. Het ontbreken van een koppelteken en de toevoeging “B.V.” doet hieraan niet af. Volgens vaste rechtspraak onder de Regeling dient het country code Top-Level Domain “.nl” bij de beoordeling ten aanzien van verwarringwekkende overeenstemming buiten beschouwing te worden gelaten (zie ook Roompot Recreatie Beheer B.V. v. Edoco LTD, WIPO Case No. DNL2008-0008). De Geschillenbeslechter oordeelt dat de onderhavige domeinnaam verwarringwekkend gelijk is aan zowel de handelsnaam als het merk van Eiser. Aldus is aan het vereiste van artikel 2.1 sub a van de Regeling voldaan. B. Recht of Legitiem Belang Op grond van artikel 2.1 sub b van de Regeling dient Eiser gemotiveerd te stellen dat Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam. Volgens vaste rechtspraak onder de Regeling dient Eiser dit prima facie aannemelijk te maken (zie Technische Unie B.V. and Otra Information Services v. Technology Services Ltd., WIPO Zaaknr. DNL2008-0002; en LEGO Juris A/S v. M. Moench, WIPO Zaaknr. DNL2009-0052). Indien Eiser hieraan voldoet, rust de bewijslast op Verweerder om aan te tonen dat zij wel een recht heeft op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam.
pagina 6 Eiser heeft prima facie aannemelijk gemaakt dat Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam. Verweerder lijkt geen overeenkomende merk- of handelsnaamrechten te hebben en is niet algemeen bekend onder de onderhavige domeinnaam of een daarmee vergelijkbare naam, noch oefent Verweerder activiteiten uit waarvoor de onderhavige domeinnaam beschrijvend zou kunnen zijn. Verweerder stelt dat hij de onderhavige domeinnaam heeft geregistreerd naar aanleiding van contacten met het Amerikaanse bedrijf ADLLC. Ter staving van die contacten legt Verweerder enkel Bijlage 1 over, een door hem opgestelde factuur. Hij laat na bewijsstukken over te leggen, waaruit blijkt dat dit bedrijf hem zou hebben toegestaan de onderhavige domeinnaam op Verweerder’s naam te registreren. Het lijkt er derhalve op dat sprake is van een registratie te kwader trouw nu Verweerder de registratie verrichtte terwijl hij op grond van de directe relatie met ADLLC wist dat deze vennootschap “ADLLC” en/of “America Direct” als handelsnaam gebruikte (in de Verenigde Staten) en hij er, vanwege de vermeende opdracht, kennis van had dat deze vennootschap (kennelijk) overwoog een .nl-webshop te gaan exploiteren. Alle omstandigheden en bewijsstukken in overweging genomen, oordeelt de Geschillenbeslechter dat Verweerder er niet in is geslaagd om het prima facie bewijs van Eiser te weerleggen. Onder deze omstandigheden komt aan Verweerder geen recht op of legitiem belang bij de onderhavige domeinnaam toe. Aldus is aan het vereiste van artikel 2.1 sub b van de Regeling voldaan. C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw Van kwader trouw op grond van artikel 2.1 van de Regeling is sprake wanneer de onderhavige domeinnaam hetzij te kwader trouw is geregistreerd, hetzij te kwader trouw wordt gebruikt. De stellingen van Verweerder en de overgelegde Bijlagen vertonen inconsequenties. Verweerder stelt dat hij in opdracht van ADLLC omvangrijke werkzaamheden heeft uitgevoerd, een factuur heeft gestuurd, maar dat zijn werkzaamheden onbetaald zijn gebleven. Hij stelt voorts dat de opbrengsten van de onderhavige domeinnaam het enige is waarmee hij nu nog gedeeltelijke betaling voor zijn werkzaamheden kan krijgen. Naar het oordeel van de Geschillenbeslechter vertoont de door Verweerder overgelegde Bijlage 1. niet de kenmerken van een factuur, maar wel de kenmerken van een offerte. Zo staat daarop vermeld “Mailorder 21/02/2011”, hetgeen doet vermoeden dat op die datum de offerte werd aangevraagd. Daarnaast wordt meermaals vermeld dat een deel van de prijs vooraf moet worden betaald en wordt vermeld dat een betaling in drie termijnen zal moeten plaatsvinden, de eerste binnen 14 dagen en de volgende termijnen afhankelijk van het vorderen van de uitvoering van de opdracht. Verweerder heeft niet aangetoond enige werkzaamheden voor ADLLC te hebben verricht. Uit Bijlage 1 blijkt veeleer dat ADLLC een offerte heeft gevraagd op 21 februari 2011, waarna Verweerder de registratie van de onderhavige domeinnaam verrichtte op 24 februari 2011 en dat hij op 25 februari 2011 een factuur heeft verstuurd. Geen bewijsstukken zijn overgelegd waaruit blijkt dat ADLLC aan Verweerder zou hebben toegestaan de onderhavige domeinnaam op diens eigen naam te registreren. Eerder lijkt het er op dat sprake is van een registratie te kwader trouw nu Verweerder de registratie verrichtte terwijl hij, op grond van de directe relatie met ADLLC, wist dat deze vennootschap ADLLC als handelsnaam gebruikte (in de Verenigde Staten) en hij, vanwege de opdracht, er kennis van had dat deze vennootschap (kennelijk) overwoog een .nl-webshop te gaan exploiteren.
pagina 7 Onder deze omstandigheden is het zonder toestemming van ADLLC registreren van een domeinnaam die overeenstemt met de handelsnaam van ADLLC en met de voorgenomen domeinnaam van de webshop, te kwader trouw. (Vgl.WIPO Overview 3.1 sub 3.8.2.1) De onderling tegenstrijdigheden doen afbreuk aan de geloofwaardigheid van Verweerder in het algemeen. Het heeft er alle schijn van dat Verweerder helemaal geen werk heeft verricht, en dus ook geen recht heeft op betaling door ADLLC. Dat plaatst de stelling van Verweerder dat hij de opbrengst van de onderhavige domeinnaam wil gebruiken om toch deels betaald te krijgen voor werkzaamheden verricht in 2011 in een ander daglicht. Zoals hierboven genoemd, is er onder de Regeling sprake van kwader trouw indien een onderhavige domeinnaam ofwel te kwader trouw is geregistreerd, ofwel te kwader trouw is gebruikt. Ook al had Verweerder bewijsstukken overgelegd waaruit volgde dat hij toestemming had gekregen van ADLLC om in eigen naam de onderhavige domeinnaam te registreren, zodat de registratie van de onderhavige domeinnaam wellicht te goeder trouw zou zijn geweest, is de Geschillenbeslechter alsnog van mening dat het daaropvolgende gebruik van de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is om te volgende redenen. Verweerder heeft geen motivering aangevoerd voor het in de zomer van 2025 activeren van diverse e-mailadressen met de onderhavige domeinnaam. Hij stelt dat gedaan te hebben nadat hij had besloten de onderhavige domeinnaam te gaan verkopen. Waarom daarvoor deze activatie nodig is, is niet toegelicht. Integendeel: Verweerder meldt dat hij geen e-mails heeft verstuurd met gebruikmaking van de onderhavige domeinnaam. Doorslaggevend is, dat is aangetoond dat er ten gevolge van het geactiveerde e-mailadres feitelijk verwarring bij derden is ontstaan. Daardoor leidt het op deze wijze gebruiken van de onderhavige domeinnaam tot een verstoring van de activiteiten van Eiser, als bedoeld in artikel 3.2 sub c van de Regeling, nu e-mails die bedoeld waren voor Eiser, maar waarin een typefout is gemaakt, niet meer zullen bouncen (doordat de e-mailserver de email niet kan afleveren) en waardoor de afzender geen bericht zal krijgen dat de e-mail niet is afgeleverd. De Geschillenbeslechter neemt hierbij ook in overweging dat Verweerder een e-mail heeft gestuurd aan Eiser waarin hij deze verwarring gebruikte om Eiser ertoe te bewegen de onderhavige domeinnaam van hem te kopen. Alle omstandigheden van het geval in overweging nemende, is de Geschillenbeslechter van oordeel dat Verweerder te kwader trouw de onderhavige domeinnaam gebruikt. Aldus is aan het vereiste van artikel 2.1 sub c van de Regeling voldaan. 7. Uitspraak Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de domeinnaam zodat Eiser in plaats van de Verweerder domeinnaamhouder wordt. /Richard C.K. van Oerle/ Richard C.K. van Oerle Geschillenbeslechter Datum: 8 April 2026 1 De Geschillenbeslechter merkt op dat op de onderhavige procedure de Regeling van toepassing is, maar gezien het feit dat deze verregaand gebaseerd is op de Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (“UDRP”), beschouwt de Geschillenbeslechter de UDRP, UDRP-precedenten en dus ook WIPO Overview of WIPO Panel Views on Select UDRP Questions (“WIPO Overview 3.1”), als relevant voor de huidige procedure en zal daarnaar verwijzen (zie o.a. Aktiebolaget Electrolux v. Beuk Horeca B.V., WIPO Zaaknr. DNL2008-0050).
Full & Egal Universal Law Academy