ARBITRATION AND MEDIATION CENTER UITSPRAAK GESCHILLENBESLECHTER Lento Consultancy B.V. (handelend onder de handelsnaam Lento Zorg) tegen Apalis B.V. Zaak nr. DNL2026-0017 1. De partijen De Eiser is Lento Consultancy B.V. (handelend onder de handelsnaam Lento Zorg), Koninkrijk der Nederlanden (“Nederland”), intern vertegenwoordigd. De registrant van de onderhavige domeinnaam is Apalis B.V., Nederland. (de “Verweerder”). 2. De domeinnaam en Registrar De onderhavige domeinnaam is geregistreerd bij SIDN via Domain Robot. 3. Geschiedenis van de Procedure De Eis is ingediend bij het WIPO Arbitration and Mediation Center (het “Instituut”) op 28 april 2026. Het Instituut heeft op 28 april 2026 per e-mail een verificatieverzoek aan SIDN gestuurd met betrekking tot de onderhavige domeinnaam. In antwoord hierop heeft SIDN op 29 april 2026 per e-mail de domeinnaamhouder en zijn contactgegevens vrijgegeven die verschillen van de in de aanvankelijk ingediende Eis genoemde verweerder en contactgegevens. Op 30 april 2026 heeft het Instituut een e-mail aan de Eiser gestuurd, waarin de door SIDN bekendgemaakte informatie wordt verstrekt en de Eiser wordt verzocht om de Eis dienovereenkomstig aan te passen. De Eiser heeft op 4 mei 2026 een aangepaste Eis ingediend. Het Instituut heeft vastgesteld dat de Eis zoals aangepast voldoet aan de formele vereisten van de Geschillenregeling voor .nl-domeinnamen (de “Regeling”). Overeenkomstig de artikelen 5.1 en 16.4 van de Regeling heeft het Instituut de Verweerder formeel op de hoogte gesteld van de Eis en is de procedure op 7 mei 2026 aangevangen. In overeenstemming met artikel 7.1 van de Regeling was de laatste datum voor het indienen van het Verweerschrift 27 mei 2026. Het Instituut ontving geen Verweerschrift. Dienovereenkomstig deelde het Instituut op 29 mei 2026 mee dat de Verweerder in gebreke was gebleven.
pagina 2 Het Instituut heeft Willem J. H. Leppink op 10 juni 2026 benoemd als Geschillenbeslechter in deze zaak. De Geschillenbeslechter stelt vast dat de Geschillenbeslechter correct is benoemd. De Geschillenbeslechter heeft de Verklaring van Onpartijdigheid en Onafhankelijkheid aan het Instituut overgelegd, zoals vereist overeenkomstig artikel 9.2 van de Regeling. Op 15 juni 2026 heeft de Verweerder alsnog een verweer ingediend. Naar aanleiding hiervan heeft de Geschillenbeslechter de Procedurele Order no. 1 uitgevaardigd waarbij de Geschillenbeslechter aan SIDN geeft gevraagd of dit per e-mail ingediende verweer van Verweerder, SIDN aanleiding zou geven tot mediation in de zin van artikel 8.1 van de Regeling. Op 19 juni 2026 heeft SIDN laten weten dat er gelet op de van partijen ontvangen berichten geen aanleiding is de mediation op te starten. De Geschillenbeslechter heeft vervolgens bepaald om naar verwachting op 29 juni 2026 uitspraak te doen. De Verweerder heeft hierna nog een e-mail gestuurd naar het Instituut op 19 juni 2026. 4. Feitelijke achtergrond De volgende feiten zijn onweersproken. De Eiser is een eenmanszaak, thans gevestigd in Roosendaal, Nederland. De Eiser bemiddelt tussen zelfstandige zorgprofessionals en opdrachtgevers, zoals zorginstellingen. De Eiser voert de handelsnaam “Lento Zorg” sinds 19 augustus 2021. Zij maakt gebruik van deze handelsnaam op haar website bereikbaar via , op en rond haar kantoor en op facturen. De onderhavige domeinnaam is geregistreerd op 18 september 2022. Ten tijde van het indienen van de klacht en ten tijde van de controle door het Instituut leidde de onderhavige domeinnaam naar een parkeerpagina van Strato. Ten tijde van de uitspraak, leidde de onderhavige domeinnaam naar een inactieve webpagina. De Verweerder is bestuurder van een te Amersfoort, Nederland, gevestigde besloten vennootschap die actief is op het gebied van arbeidsbemiddeling. Tevens is de persoon die namens de Verweerder met het Instituut heeft gecommuniceerd vennoot in een vennootschap onder firma, die actief is als uitzend- en detacheringsbureau van (zorg)professionals. 5. Stellingen van Partijen A. Eiser De Eiser stelt dat hij aan elk van de vereisten heeft voldaan die volgens de Regeling vereist zijn om de registrant van de onderhavige domeinnaam te worden in plaats van de Verweerder. De Eiser heeft zakelijk weergegeven en voor zover relevant voor de beoordeling van deze zaak in het bijzonder het volgende naar voren gebracht. De onderhavige domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd en wordt te kwader trouw gebruikt. Ten tijde van de registratie op 18 september 2022 was de Eiser reeds actief onder de handelsnaam “Lento Zorg” en werkzaam binnen de zorgsector. De Eiser en de Verweerder waren beide actief bij dezelfde opdrachtgever, waardoor de Verweerder Eiser en diens handelsnaam reeds kende.
pagina 3 De registratie van een domeinnaam die identiek is aan de handelsnaam van een directe concurrent binnen dezelfde werkomgeving kan onder deze omstandigheden niet als toevallig worden beschouwd en deze registratie is dan ook duidelijk verricht met de Eiser in gedachten. Daarnaast heeft de Verweerder in een telefoongesprek van 23 mei 2023 verklaard: “Wat heel veel mensen doen met domeinnamen, is als ze zien dat ze bepaalde bezoekers hebben, dat ze die door laten verwijzen naar hun eigen domein. Dat is iets wat ik zeker overweeg.” Deze verklaring toont aan dat de Verweerder overweegt om verkeer bestemd voor eiser af te vangen en commercieel te benutten, hetgeen een duidelijke aanwijzing vormt voor kwade trouw. De Eiser heeft een geluidsopname van het telefoongesprek overgelegd. Voorts wordt de onderhavige domeinnaam passief aangehouden zonder legitiem gebruik, terwijl deze actief wordt beheerd. Door het bezet houden van de onderhavige domeinnaam wordt de Eiser belemmerd in het gebruik van zijn handelsnaam op Internet en ontstaat verwarring bij cliënten en relaties. B. Verweerder De Verweerder heeft niet tijdig een Verweerschrift ingediend. Op 15 juni 2026 enige weken nadat het Instituut aan de Verweerder had laten weten in gebreke te zijn gebleven en na benoeming van de Geschillenbeslechter heeft de Verweerder per e-mail zijn verweer kenbaar gemaakt. Zakelijk weergegeven heeft hij het volgende naar voren gebracht. Op 18 september 2022 heeft de Verweerder de onderhavige domeinnaam geregistreerd nadat deze beschikbaar bleek te zijn voor registratie. De registratie heeft plaatsgevonden via de gebruikelijke procedure en conform het “first come, first served”-principe dat geldt voor .nl-domeinnamen. Enige tijd na de registratie is de Verweerder telefonisch benaderd door een persoon die aangaf eigenaar te zijn van de .com-variant van dezelfde domeinnaam. Tijdens dit gesprek heeft deze persoon geïnformeerd naar de mogelijkheden rondom de domeinnaam. De Verweerder heeft daarop aangegeven welke mogelijkheden bestaan met betrekking tot de onderhavige domeinnaam, zoals gebruik, ontwikkeling, behoud of eventuele overdracht. Tot de verrassing van de Verweerder blijkt dat dit telefoongesprek zonder zijn medeweten of voorafgaande kennisgeving is opgenomen en wordt ingebracht ter ondersteuning van de Eis. De Verweerder plaatst vraagtekens bij de wijze waarop deze opname tot stand is gekomen en bij de verwerking van deze persoonsgegevens. De Verweerder verzoekt daarom om bij de beoordeling van deze opname ook aandacht te besteden aan de privacy- en gegevensbeschermingsaspecten die hierbij een rol zouden kunnen spelen. De Verweerder heeft pas recent kennis heb genomen van de onderhavige procedure, als gevolg van een bericht van zijn hostingprovider. Eerdere correspondentie bleek in de Verweerders spamfolder terecht te zijn gekomen. Omdat hij sinds de coronaperiode volledig remote werkt en louter digitaal communiceert, heeft hij de brief van het Instituut pas de week voor 15 juni 2026 aangetroffen. Hoewel de Verweerder destijds eenmaal telefonisch benaderd is over de onderhavige domeinnaam, is hij nooit meer rechtstreeks benaderd om tot een oplossing of overleg te komen. De Verweerder is bereid om in goed overleg tot een oplossing te komen. Hij staat open voor bemiddeling en is bereid om met de Eiser in gesprek te gaan over een mogelijke overname van de onderhavige domeinnaam onder redelijke voorwaarden. Nadat SIDN had laten dat er geen aanleiding was mediation op te starten, heeft de Verweerder nog laten weten dat hij wel degelijk openstaat voor mediation, maar de Eiser niet.
pagina 4 6. Oordeel en Bevindingen Op grond van artikel 2.1 van de Regeling dient de Eiser in dit geschil te stellen en te bewijzen dat: a) de onderhavige domeinnaam identiek is aan of zodanig overeenstemt dat er verwarring kan ontstaan met een: i) naar Nederlands recht beschermd merk, handelsnaam of geografische aanduiding waarvan de Eiser rechthebbende is; dan wel II) een in een Nederlandse gemeentelijke basisadministratie geregistreerde persoonsnaam, dan wel een naam van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon of een naam van een in Nederland gevestigde vereniging of stichting waaronder eiser duurzaam aan het maatschappelijke verkeer deelneemt; en b) de Verweerder geen recht heeft op of legitieme belang heeft bij de onderhavige domeinnaam; en c) de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd of wordt gebruikt. Nu niet tijdig een Verweerschrift is ingediend, dient de Geschillenbeslechter overeenkomstig artikel 10.3 van de Regeling het geschil te beoordelen op basis van de Eis. Ook dient de Geschillenbeslechter de vordering toe te wijzen, tenzij deze de Geschillenbeslechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De Geschillenbeslechter acht het niettemin redelijk om wel acht te slaan op het veel te laat per e-mail door de Verweerder ingediende verweer. Op dit verweer zal – waar relevant – worden ingegaan bij de behandeling van de drie elementen hieronder. De Geschillenbeslechter gaat evenwel op deze plaats in op het verweer van de Verweerder dat het door de Eiser ter onderbouwing van zijn stellingen overgelegde telefoongesprek zonder Verweerder’s medeweten of voorafgaande kennisgeving is opgenomen. In het Nederlandse burgerlijk procesrecht geldt geen categorisch verbod op het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs, zo daar hier al sprake van zou zijn. De civiele rechter zal in beginsel al het bewijs toelaten, zelfs als dit onrechtmatig is verkregen. Waarheidsvinding en het belang van de zaak wegen doorgaans zwaarder. Dit staat los van het feit dat de verkrijging van dergelijk bewijs als zodanig een onrechtmatige daad kan opleveren. De Geschillenbelechter acht het passend op dit punt bij het Nederlandse burgerlijk procesrecht aan te sluiten. De Geschillenbeslechter hoeft zich overigens niet te baseren op de geluidsopname, nu de door Eiser gestelde uitlatingen van Verweerder niet uitdrukkelijk worden weersproken. A. Identiek of Verwarringwekkend Overeenstemmend Het is algemeen aanvaard dat het eerste element in feite een ontvankelijkheidsvereiste is. De test voor verwarringwekkende overeenstemming omvat een beredeneerde, maar relatief eenvoudige vergelijking tussen – in dit geval een naar Nederlands recht beschermde handelsnaam en de onderhavige domeinnaam. De Eiser heeft onweersproken gesteld en daarmee aangetoond rechthebbende te zijn op een handelsnaam in de zin van de Regeling. De gehele handelsnaam is overgenomen in de onderhavige domeinnaam. Dienovereenkomstig is de onderhavige domeinnaam identiek met de handelsnaam in de zin van de Regeling. De Geschillenbeslechter is van oordeel dat de Eiser heeft voldaan aan het eerste vereiste. B. Recht of Legitiem Belang Artikel 3.1 van de Regeling bevat een lijst van omstandigheden waarin de Verweerder rechten of legitieme belangen in een onderhavige domeinnaam kan aantonen.
pagina 5 Hoewel de algehele bewijslast in procedures op grond van de Regeling bij de eiser ligt, hebben geschillenbeslechters erkend dat het aantonen dat een verweerder geen recht heeft op of legitieme belangen in een domeinnaam kan resulteren in de lastige taak om bewijs van een negatief feit te leveren, waarvoor informatie nodig is die vaak enkel de verweerder heeft. Wanneer een eiser prima facie aannemelijk maakt dat de verweerder geen recht of legitiem belang heeft, verschuift de bewijslast met betrekking tot deze grond naar de verweerder, die relevant bewijsmateriaal dient over te leggen waaruit zijn eigen recht op of legitiem belang bij de domeinnaam blijken (hoewel de bewijslast altijd bij de eiser ligt). Als de verweerder niet met dergelijk relevant bewijsmateriaal komt, wordt de eiser geacht aan de tweede vereiste te hebben voldaan. Na het beoordelen van het dossier van deze zaak oordeelt de Geschillenbeslechter, rekening houdend met het feit dat de Verweerder geen Verweerschrift heeft ingediend, dat de Eiser prima facie aannemelijk heeft gemaakt dat de Verweerder geen recht heeft op of legitiem belang heeft bij de onderhavige domeinnaam. De Verweerder heeft niet tijdig een Verweerschrift ingediend en het later ingediende verweer weerspreekt ook niet uitdrukkelijk hetgeen door de Eiser is gesteld. De Geschillenbeslechter is van oordeel van de Eiser heeft voldaan aan het tweede vereiste. C. Geregistreerd of Gebruikt te Kwader Trouw Gezien haar overwegingen onder Sectie 6.B en de door de Eiser gepresenteerde feiten, die niet door de Verweerder zijn weersproken, oordeelt de Geschillenbeslechter dat de onderhavige domeinnaam te kwader trouw is geregistreerd. De Verweerder heeft niet tijdig een Verweerschrift ingediend en het later ingediende verweer weerspreekt ook niet uitdrukkelijk hetgeen door de Eiser is gesteld, te weten dat (1) de Eiser en de Verweerder beide actief waren bij dezelfde opdrachtgever en (2) de Verweerder kennelijk de onderhavige domeinnaam heeft geregistreerd om Internetgebruikers naar zijn website te leiden door gebruik te maken van de verwarring die kan ontstaan met de handelsnaam van de Eiser. Daarmee is het voor de Geschillenbeslechter praktisch ondenkbaar dat de Verweerder niet de Eiser en zijn onderneming voor ogen had toen de Verweerder de onderhavige domeinnaam registreerde. Door het bezet houden van de onderhavige domeinnaam wordt de Eiser belemmerd in het gebruik van zijn handelsnaam op internet en ontstaat verwarring bij cliënten en relaties. De Geschillenbeslechter is van oordeel dat de Eiser heeft voldaan aan het derde vereiste. 7. Uitspraak Op basis van het bovenstaande en in overeenstemming met de artikelen 1 en 14 van de Regeling beveelt de Geschillenbeslechter de wijziging van de domeinnaamhouder van de onderhavige domeinnaam zodat de Eiser in plaats van de Verweerder domeinnaamhouder wordt. /Willem J. H. Leppink/ Willem J. H. Leppink Geschillenbeslechter Datum: 24 juni 2026
Full & Egal Universal Law Academy